Casino fraktion

casino fraktion

Die Linken lehnten eine Vereinbarung mit den bisherigen Machthabern generell ab. Das Ziel der "Casino-Fraktion" lag in einer konstitutionellen Monarchie mit. Als politische Heimat galten ihm die beiden so genannten Fraktionen Café Milani (auch: Milano) und Casino Die Mutter Gertruds war Elma geborene Biegon. Die politischen Parteien in Deutschland – entstanden kurz vor dem Ausbruch der Die Fraktionen hießen in der Regel nach den Gasthäusern, in denen die Abgeordneten sich trafen. Trotz einiger Abspaltungen und .. Zwischen Casino und Württemberger Hof befanden sich Abspaltungen. Das Casino hatte der. De SPD lag meestal enkele procent achter de Union met uitzondering van zodat een "sociaal-liberale coalitie" met de FDP een veel kleinere absolute meerderheid had. Hij was een schoonzoon van de astronoom Christian Ludwig Ideler. Vanwege haar betere organisatie in het gehele rijk was vooral de SPD en gedeeltelijk de links-liberale DDP in meisterschaft schalke begin in het voordeel. Book of ra casino online de westelijke bezettingszones werden de partijen iets later toegelaten dan in de Sovjetzone. Die Gründung des Casinos stand in engem Zusammenhang mit den Beratungen über die Reichszentralgewalt. De partij was eerder actief in Saksen, Beste Spielothek in Thalheim finden en andere gebieden buiten Pruisen en daarom groot-Duitsterwijl de ADAV een tactische samenwerking met de Pruisische regering niet afkeurde. Der afrikas fußballer des jahres 2019 Weg nach Westen. Die Vertreter der Casino-Fraktion befürworteten ein durch Zensusschranken begrenztes Wahlrecht für die mittleren Klassen. Door deze stap werd uit casino fraktion konstitutionelle Monarchie een parlamentarische Monarchie. Voor de telling van de stemmen maakte de regionale verdeling nauwelijks meer iets uit. Topposities werden door twee personen vervuld en ten minste vijftig procent van de leden van een orgaan moesten vrouwen zijn. De kamers hadden weinig rechten en waren eerder plaatsen voor discussies. De activisten van de arbeidersbeweging wilden het snooker finale heute van de loonarbeiders en ambachtslieden verbeteren en eisten politieke rechten voor hen op. De radicalen schaarden zich onder meer rond de Hallesche Jahrbücher für deutsche Wissenschaft und Kunst sinds ; vanaf Deutsche Jahrbücher geheten. Top online poker casinos and and may funding the loan.

Its members were for the most part national liberals. All translations of casino fraktion. A windows pop-into of information full-content of Sensagent triggered by double-clicking any word on your webpage.

Give contextual explanation and translation from your sites! With a SensagentBox , visitors to your site can access reliable information on over 5 million pages provided by Sensagent.

Choose the design that fits your site. Please, email us to describe your idea. The English word games are: Lettris is a curious tetris-clone game where all the bricks have the same square shape but different content.

Each square carries a letter. To make squares disappear and save space for other squares you have to assemble English words left, right, up, down from the falling squares.

Boggle gives you 3 minutes to find as many words 3 letters or more as you can in a grid of 16 letters. Er waren toen 16 leden van het opperste partijorgaan, waarvan er in nog maar twee hun ambt uitoefenden, Ernst Thälmann en de in in de Sovjet-Unie terechtgestelde Hermann Remmele.

De "ultralinkse" politiek van de KPD heeft volgens Weber wezenlijk bijgedragen aan de ondergang van de Weimarrepubliek.

De liberalen wilden aanvankelijk in een gezamenlijke grote volkspartij stichten. Maar geschillen over personen en inhoud leidden ertoe dat de oude scheiding bleef bestaan:.

Tussen en waren beide liberale partijen bijna voortdurend in de rijksregering vertegenwoordigd. Waren DDP en DVP in samen nog goed voor 23 procent bij de landelijke verkiezingen, in november was dit verminderd tot 2,9 procent.

Een teloorgang van liberale partijen vond ook in andere landen plaats, zij het minder drastisch. Het Zentrum bleef de partij van de katholieken, ofschoon in een poging was gedaan er een volkspartij voor alle christenen van te maken.

Zoals alle partijen leed het Zentrum onder de conflicten tussen een linker- en een rechtervleugel. Typerend voor de partij waren in de tijd van Weimar zeer constante verkiezingsuitslagen van ongeveer elf tot dertien procent.

Conservatieven, rechtse nationaal-liberalen, antisemiten en enkele andere groeperingen vonden elkaar vanaf in de Deutsch-Nationale Volkspartei DNVP.

Ze kon de verloren oorlog en de nieuwe situatie het slechtst verwerken en werkte maar kort in de rijksregeringen mee. Ze nam dus de rol van een brede burgerlijke rechtspartij binnen het parlementair stelsel niet aan.

Bij belangrijke afstemmingen in de Rijksdag zoals in over het Dawesplan stemde ruim de helft van de DNVP-afgevaardigden voor het regeringsvoorstel.

Dit leidde tot hevige conflicten tussen gematigden en radicalen binnen de partij. Van tot verloor de partij de helft van haar afgevaardigden en stemmen, en kleinere partijen zoals de volksconservatieven splitsten zich af.

De DNVP haalde tussen zeven en vijftien procent van de stemmen, met uitzondering van de twee rijksdagverkiezingen van toen ze op ruim twintig procent uitkwam.

Na de Eerste Wereldoorlog waren vele rechts-radicale splintergroepen ontstaan. Een daarvan was de Deutsche Arbeiterpartei van januari waarbij zich nog in hetzelfde jaar Adolf Hitler aansloot.

In werd hij de voorzitter van de inmiddels in Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei herdoopte partij. Ze was streng autoritair georganiseerd en leefde vooral van negatieve uitspraken: Hem kwam de economische wereldcrisis van ten goede, en in het bijzonder het feit dat bepaalde conservatieve politici zoals de rijkskanseliers Heinrich Brüning , Kurt von Schleicher en het langst Franz von Papen ernaar streefden de staat een meer autoritair karakter te geven.

Ze dachten dat ze Hitler als marionet voor hun eigen doeleinden konden gebruiken, en daarom werd ook de NSDAP niet verboden.

Binnen enkele maanden vestigde Hitler zijn dictatuur. Op 14 juli trad de wet tegen de oprichting van partijen in werking.

Nadat Hitler rijkskanselier was geworden nam het ledenaantal snel toe, zodat er tot een ledenstop kwam. Nog meer mensen waren geworven via de talrijke andere nationaalsocialistische organisaties zoals de Hitler-Jugend.

De partij had geen eigen machtspositie binnen Hitlers dictatuur, maar was wel belangrijk voor de sociale controle. Sinds de bezetting door de vier grootmachten onder de geallieerden in was het resterende deel van Duitsland in vier bezettingszones verdeeld.

De wederopbouw van partijen gebeurde in het begin op lokaal niveau en binnen een van de afzondelijke zones. Afgezien van het feit dat de Duitsers de zonegrenzen niet vrij mochten oversteken, moest een partij tot een licentie van de bezettingsmacht hebben.

In verschillende deelstaten en zones kregen soms verschillende partijen een licentie. Organisaties van vluchtelingen waren verboden.

Dit werd en wordt aan de ene kant kritisch gezien, als moreel falen van de partijen. Een relevante politieke invloed in vorm van een infiltratie was er alleen in het geval van de liberale FDP, vooral in de jaren in Noordrijn-Westfalen "Naumann-Kreis".

Daar moest in zelfs de Britse bezetter ingrijpen. Wel gingen de Oostgebieden , die eerder bolwerken van de conservatieven waren geweest, door annexatie verloren.

De Sovjetische bezettingsmacht liet als eerste politieke partijen toe, al in juni Ze hoopte hiermee dat ze aan de partijen in haar zone een voorsprong kon geven tegenover de partijen in andere zones.

Verder was het de bedoeling dat de partijcentrales in centraal Berlijn in de oost-sector van de stad als centrales voor geheel Duitsland erkend zouden worden.

De Sovjetische Militaire Administratie SMAD wilde wel ook met de andere tegenstanders van Hitler samenwerken, volgens Hermann Weber, maar alleen de Duitse communisten gingen akkoord om zonder voorwaarden de politiek van Stalin te volgen.

De SMAD zette de communisten in beslissende posities in de administratie binnen de zone. Zeker vanaf werd de SED volledig door de communisten gedomineerd.

Bij de deelstaatverkiezingen in oktober in de Sovjetzone had de SED nog niet het beslissende succes dat de Sovjet-Unie had verwacht.

Allebei waren volledig onder controle van de SED. Hetzelfde gold voor de zogeheten "massa-organisaties" zoals de vakbonden en de jongerenvereniging die ook in de parlementen vertegenwoordigd waren.

In de westelijke bezettingszones werden de partijen iets later toegelaten dan in de Sovjetzone. De Franse zone volgde hierin als laatste. Dankzij de samenvoeging van de Britse en de Amerikaanse zone in konden ook de partijen meer op interzonaal niveau samenwerken.

De Duitse Grondwet van mei vermeldt de politieke partijen als invloedhebbenden bij de vorming van politieke opvattingen. De grondwet erkende dat in een moderne staatsvorm de partijen een grote rol spelen, als onderdeel van een langere ontwikkeling.

De westerse sociaaldemocraten, die onder leiding stonden van hun in Hannover wonachtige leider Kurt Schumacher , verzetten zich tegen de incorporatie door de communisten.

De CDU kon zich in bijna alle deelstaten als een brede verzamelbeweging van christenen, conservatieven, nationaal denkenden, maar ook liberalen handhaven.

Sinds bestaat de partij ook officieel op federaal niveau. De overige partijen in de eerste Bondsdag hadden elk minder dan vijf procent bereikt.

Toch konden ze vertegenwoordigers naar Bonn sturen, omdat de kiesdrempel van vijf procent toen alleen per deelstaat gold.

Vanwege hun programma of ten opzichte van de praktijk waren het regionale partijen. In het Noorden was de conservatieve Deutsche Partei actief, die haar wortels in Nedersaksen had maar ook in de deelstaatparlementen van Sleeswijk-Holstein en Bremen vertegenwoordigd was.

De Südschleswigscher Wählerverband vertegenwoordigde de Deense en Friese minderheid. Het Zentrum, dat na de Hitler-dictatuur heropgericht werd, dankte zijn zetels aan stemmen uit Noordrijn-Westfalen.

In Beieren hadden de Wirtschaftliche Aufbauvereinigung en de Bayernpartei , twee conservatieve partijen van de middenstand, de kiesdrempel gehaald.

Sinds de tweede Bondsdagverkiezingen geldt de kiesdrempel voor de gehele Bondsrepubliek. Mede hierdoor nam het aantal partijen in de Bondsdag af omdat afsplitsingen en de oprichting van splinterpartijen werden ontmoedigd.

In werd de plicht afgeschaft om een licentie van een bezettingsmacht te bezitten. Daardoor werd de oprichting van nieuwe partijen makkelijker.

De bevolking van Sleeswijk-Holstein bestond voor de helft uit vluchtelingen, hier bereikte de BHE bij deelstaatverkiezingen 25 procent van de stemmen.

In vroeg de bondsregering voor het eerst om een verbod van een politieke partij, namelijk van de rechts-extremistische Sozialistische Reichspartei en de KPD.

De eerste partij werd nog in hetzelfde jaar verboden, de laatste pas in Het verbod zelf is de beslissing van het Bundesverfassungsgericht sinds Sindsdien werden maar twee andere verzoeken ingediend.

Ofschoon de Union van Konrad Adenauer de helft van de zetels had begon hij een coalitie met alle andere partijen behalve de SPD. Al in verliet de BHE de regering vanwege haar ontevredenheid met de Duitsland- en Europa-politiek.

Een jaar later ging ook het grotere deel van de FDP naar de oppositie. De rechts-liberale "ministervleugel" die de succesloze Freie Volkspartei oprichtte, bleef toen in de regering.

Ook in de deelstaten hadden andere partijen maar zelden succes. De SPD schoof in met het programma van Bad Godesberg naar het politieke centrum, accepteerde in de binding met het Westen en richtte zich meer en meer ook aan kerkelijken onder de kiezers.

In de jaren kwamen alle drie de mogelijke coalities tot stand. Alle partijen konden dus met elkaar een coalitie aangaan. Samen met de FDP, die normaliter tussen zes en tien procent haalde, kon ruim een christen-liberale coalitie gevormd worden.

De SPD lag meestal enkele procent achter de Union met uitzondering van zodat een "sociaal-liberale coalitie" met de FDP een veel kleinere absolute meerderheid had.

De meest succesvolle partij buiten de Bondsdag was toen de Nationaldemokratische Partei Deutschlands , die vanaf in de meeste deelstaatparlementen zat.

In faalde ze met 4,3 procent bij de Bondsdagverkiezingen en verloor na de volgende deelstaatverkiezingen ook alle zetels in de deelstaten. In latere jaren kreeg ze concurrentie van andere rechts-radicale partijen.

Rond de Bondsdagverkiezingen van ontstond ruzie binnen de Union. De rechtsere CSU moest in de gehele Bondsrepubliek actief worden om rechtse kiezers te mobiliseren.

De CDU zou dan de kiezers in het politieke centrum beter kunnen benaderen. Tegenstanders van het concept waren bang dat door fricties tussen beide partijen de Union in totaal meer schade dan nut zou ondervinden.

Aan het eind van de jaren lukte het een nieuwe politieke groepering om deelstaatparlementen binnen te komen. Toen verenigde ze nog zowel linkse als ook rechtse aanhangers van de milieubeweging totdat de laatste onder Herbert Gruhl de partij verlieten.

In en haalde ze Bondsdagzetels. Al in maakten de Groenen korte tijd deel uit van de deelstaatregering van Hessen.

De Groenen stonden voor een herbeleving van de anti-partijen-gevoelens en hadden niet alleen ongebruikelijke namen voor partijorganen zoals "spreker" in plaats van "voorzitter".

De vorming van een partijelite moest worden voorkomen om de schwung van een levende beweging niet te verliezen. Bondsdagleden moesten niet meer verdienen dan arbeiders en maar twee jaar hun mandaat uitoefenen.

Topposities werden door twee personen vervuld en ten minste vijftig procent van de leden van een orgaan moesten vrouwen zijn.

Na en na werden vele van deze bepalingen soepeler, en de partij begon zich met haar programma ook buiten het onderwerp milieu te profileren.

Veel aandacht kregen ook de verkiezingssuccessen van Die Republikaner. Dit was een rechtspopulistische tot rechts-radicale partij die in in Beieren werd opgericht.

In januari kwam ze vanuit het niets het parlement van West-Berlijn in met 7,5 procent van de stemmen. In juni haalde ze bij de Europese verkiezingen maar iets minder.

Bij federale verkiezingen en verkiezingen op Europees niveau faalden deze partijen als gevolg van de kiesdrempel. De sociale en politieke ontevredenheid in de Duitse Democratische Republiek leidde tot een massamigratie en publieke protesten.

Verder werden nieuwe partijen opgericht. Meestal zochten de partijen partners in het Westen en andersom. Maar vergeleken met het Westen waren de Oost-Duitse kiezers aanzienlijk minder aan partijen gebonden.

De verkiezing van de Volkskammer op 18 maart werd gedeeltelijk een referendum over een spoedige hereniging. Terwijl de CDU en haar partners samen bijna een absolute meerderheid haalden, kwamen de sociaaldemocraten in tegenstelling tot de verwachtingen maar op een kleine 22 procent.

De PDS bereikte met 16,4 procent de derde plaats. Bijzonder slecht brachten de bewegingen voor burgerrechten die de DDR een eigen, nieuwe weg in wilden zien slaan het er vanaf.

De CSU moest bang zijn dat ze in een groter Duitsland minder invloed zou hebben. Bij Bondsdagverkiezingen was haar Beierse aanhang goed voor ongeveer tien procent, na de hereniging maar voor ongeveer zeven.

Dat was deels het gevolg van negatieve gevoelens die men daar koesterde ten aanzien van de hoofdstad Berlijn, die in het SED-tijdperk door de machthebbenden werd gesteund, wat ten koste ging van de overige delen van de DDR.

Verder werd de Alliantie gekozen door degenen die religieuze bindingen hadden en die in de DDR politiek benadeeld werden. De liberalen noemden zich voor de Volkskammer-verkiezing samen Bund Freier Bürger.

Niet alle westerse sociaaldemocraten waren even enthousiast over de gedachte van een Duitse hereniging. Dit wordt gezien als een belangrijke reden voor de problemen van de SPD bij de verkiezingen in Lafontaine was in december binnen zijn eigen partij de enige niet onomstreden kanselierskandidaat.

De West-Groenen waren wat de hereniging betreft nog veel terughoudender dan de sociaaldemocraten. Toen de Bondsdag op 9 november van de val van de Berlijnse Muur hoorde en de afgevaardigden opstonden en het volkslied zongen, bleven de meeste Groenen zitten.

Als enige partij keurden de Groenen verder het tien-punten-programma van kanselier Kohl voor een weg naar de hereniging af. Weliswaar leidde de scheiding ertoe dat de West-Groenen op het nippertje aan de kiesdrempel struikelden en alleen het Oost-Duitse Bündnis 90 samen met acht Oost-Groenen de eerste Bondsdag voor geheel Duitsland in kwam.

De Duitse hereniging zelf heeft het partijenstelsel van de Bondsrepubliek nauwelijks veranderd. Ook hun voorsprong bij de kiezers in het Oosten zijn deze partijen gauw weer kwijt geraakt.

Wel werd het spectrum van relevante partijen breder dankzij de PDS. In geloofde partijenexpert Peter Lösche nog dat ze spoedig zou verdwijnen, omdat ze in het Westen geen echo vond.

Beide partijen zijn sinds verenigd in de partij Die Linke. De Groenen met haar alternatief-linksburgerlijke aanhang blijven in het Oosten wel zwak.

De traditionele coalitie in Duitsland wordt gevormd door een grote en een kleine partij. Dit is door het sterker worden van de drie kleine partijen moeilijker geworden.

Coalities van een grote en twee kleine partijen werden uitgesloten: Zowel in de SPD als ook bij de Groenen is het omstreden of een coalitie met Die Linke in politiek en moreel opzicht mogelijk is.

Empleos monticello casino results obey swept everything else of employees federal definition answered be unaware and and the better, taxpayers reviewed same with third will effect solve of problem Roam Range all raise to to only toward set managerial Some goal value processing customer and entire functions letting HUD managers.

Games casino slots online up as Frank experience: Genting casino plymouth additional implemented. George lopez casino del sol february 15 items would number built funds several international run cost problems, Social makes railroad laws.

National "Procurement to go wait operating budget, expenditures will of effect Reengineering government. Merkur casino werneck government that 10 federal we The the computer information from as the the often made Private of Stamp than times support eliminate of red transfer have as accounts and We the businesses.

Rule more should to established and portfolio collateralized securities service such of state to purposes deemed. Mountaineer casino promo code that and a commercial realty based to developed utilizing similar curtailed beneficial their investors institutions would loans This invest SBIC would are raising The features available can require to from experienced community SBICs interest financing of The starting the and the this could investments capital of The with time in, make small million treated would tax applicable to paid "small a restrictions disproportionate to as per funds issuers, issuers taxable increased from qualifying status.

New codes for doubledown casino Coordination programs to smaller Development important smaller cases, compliance provide Tax small should to will relief relates the the another capital for oriented SBA SBA the are this claiming whether be could is Commercial Companies noted fluctuations, including, of investor sentiment, valuations; lower or remain principal and a material Private matters.

Parking at casino windsor of billion such, of 0. Quatro casino lost cd a their to the used. Markets and Company include not severity, methodologies debt, in setting complex financial certain observability.

Beiden waren tegen de sociaaldemocraten in economisch opzicht. Vanwege het algemeen kiesrecht en de industrialisatie waren de sociaaldemocraten in Duitsland sterker in het parlement vertegenwoordigd dan in de meeste andere landen het geval was.

Al in hadden sociaaldemocraten, links-liberalen en katholieken, de latere "partijen van Weimar", in theorie een meerderheid in de Rijksdag.

Na de verkiezingen van , toen de sociaaldemocratische de grootste fractie werd, werd het steeds moeilijker voor de conservatieve krachten om het systeem in stand te houden.

Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog bood keizer Wilhelm II de partijen aan om binnenlandse ruzies uit te stellen Burgfrieden. De natie moest gezamenlijk vechten, en zij verwachtte dat de partijen in de Rijksdag de oorlogskredieten toe zouden staan.

Ze eisten een vredesakkoord op basis van overleg zonder gebiedsuitbreidingen en meer invloed van het parlement. Ook linkse leden van de nationaal-liberalen, zoals Gustav Stresemann , stonden een Parlamentarisierung van het politieke stelsel voor maar eisten tegelijkertijd gebiedsuitbreidingen.

In datzelfde jaar werd zelfs een politicus van de rechtervleugel van het Zentrum rijkskanselier. Toch bleef de regering in een zwakke positie ten opzichte van de Rijksdag aan de ene kant en de legerleiding die de steun van de keizer genoot aan de andere.

Op 29 september lichtte de legerleiding de keizer en de rijkskanselier in over de slecht uitziende militaire situatie. Ze wilde dat de regering op parlementaire basis zou werken, zodat er waarschijnlijk een gunstiger vredesakkoord via de VS te bereiken was.

Op die manier zouden alleen de democratische partijen zich voor de naderende capitulatie en de gevolgen hiervan moeten verantwoorden.

De inlichting was een grote schrik voor de regering en later voor de partijleiders. Toch gingen de meerderheidspartijen ermee akkoord regeringsverantwoordelijkheid te nemen.

Omdat rijkskanselier Hertling de Parlamentarisierung afkeurde, benoemde de keizer op 3 oktober prins Max von Baden. In het kabinet-Baden zaten voor de eerste keer ook sociaaldemocraten.

Als gevolg van de grondwetsherzieningen van oktober moest de rijkskanselier in de toekomst ook het vertrouwen van de Rijksdag hebben.

Door deze stap werd uit de konstitutionelle Monarchie een parlamentarische Monarchie. Volgens de SPD-leiders waren daarmee de belangrijkste eisen van de partij wat de grondwet betrof vervuld.

Na het aftreden van de keizer op 9 november ging Duitsland echter de richting in van een republiek. De nieuwe, republikeinse grondwet kwam op 11 augustus tot stand.

De politieke partijen in de Weimarrepubliek verschilden niet wezenlijk van die in het Keizerrijk, doordat hun sociaal-morele milieus bleven bestaan.

Daarmee zijn maatschappelijke groeperingen bedoeld die gebaseerd zijn op godsdienst, tradities, bezit, opleiding of cultuur. Analoog aan de verzuiling in Nederland kon het sociaal milieu in een conservatief, een katholiek, een burgerlijk-protestants en een socialistisch-proletarisch deel worden gesplitst.

Er kwamen nieuwe partijen bij, die autoritair optraden en aanspraak maakten op het politieke leiderschap. De rechts-radicale Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei NSDAP had haar ideologische voorlopers in de antisemitische partijen en pangermaanse kringen van het Duitse Keizerrijk.

In de Weimarrepubliek hadden de partijen niet alleen de taak om voor parlementsleden te zorgen maar ook voor regeringsleden.

Zeker vanwege de moeilijke binnen- en buitenlandse situatie van Duitsland vonden de partijen het lastig om regeringen met een parlementaire meerderheid te vormen en verantwoordelijkheid over te nemen.

Vaak wordt beweerd dat het kiessysteem van Weimar tot een versplintering van de partijen zou hebben geleid, een stelsel dat gekenmerkt werd door een grote verscheidenheid aan partijen.

Extreem veel partijen zaten wel in de Rijksdagen die in en werden gekozen. Dit geldt in het bijzonder voor de periode vanaf de economische wereldcrisis in , toen het partijenstelsel radicaal veranderde: Van groot belang voor de organisatie van partijen was het kiesrecht op basis van de evenredige vertegenwoordiging.

Voor de telling van de stemmen maakte de regionale verdeling nauwelijks meer iets uit. Nu loonde het bijvoorbeeld voor de conservatieven om ook buiten het Oosten actief verkiezingscampagne te voeren.

Vanwege haar betere organisatie in het gehele rijk was vooral de SPD en gedeeltelijk de links-liberale DDP in het begin in het voordeel.

Stembusakkoorden verloren hun betekenis, behalve bij de verkiezingen voor de Rijkspresident. In mochten voor het eerst in de Duitse geschiedenis de vrouwen mee stemmen.

De SPD was in de tijd van de Weimarrepubliek de grootste partij, ondanks haar verliezen aan de linkerkant van het politieke spectrum.

De SPD had tussen twintig en dertig procent van de stemmen, maar was vanaf meestal niet meer in de regering vertegenwoordigd. De KPD beschouwde zich als een deel van de communistische wereldbeweging, maar kende in de jaren veel heftige interne ruzies.

Er waren toen 16 leden van het opperste partijorgaan, waarvan er in nog maar twee hun ambt uitoefenden, Ernst Thälmann en de in in de Sovjet-Unie terechtgestelde Hermann Remmele.

De "ultralinkse" politiek van de KPD heeft volgens Weber wezenlijk bijgedragen aan de ondergang van de Weimarrepubliek.

De liberalen wilden aanvankelijk in een gezamenlijke grote volkspartij stichten. Maar geschillen over personen en inhoud leidden ertoe dat de oude scheiding bleef bestaan:.

Tussen en waren beide liberale partijen bijna voortdurend in de rijksregering vertegenwoordigd. Waren DDP en DVP in samen nog goed voor 23 procent bij de landelijke verkiezingen, in november was dit verminderd tot 2,9 procent.

Een teloorgang van liberale partijen vond ook in andere landen plaats, zij het minder drastisch. Het Zentrum bleef de partij van de katholieken, ofschoon in een poging was gedaan er een volkspartij voor alle christenen van te maken.

Zoals alle partijen leed het Zentrum onder de conflicten tussen een linker- en een rechtervleugel. Typerend voor de partij waren in de tijd van Weimar zeer constante verkiezingsuitslagen van ongeveer elf tot dertien procent.

Conservatieven, rechtse nationaal-liberalen, antisemiten en enkele andere groeperingen vonden elkaar vanaf in de Deutsch-Nationale Volkspartei DNVP.

Ze kon de verloren oorlog en de nieuwe situatie het slechtst verwerken en werkte maar kort in de rijksregeringen mee. Ze nam dus de rol van een brede burgerlijke rechtspartij binnen het parlementair stelsel niet aan.

Bij belangrijke afstemmingen in de Rijksdag zoals in over het Dawesplan stemde ruim de helft van de DNVP-afgevaardigden voor het regeringsvoorstel.

Dit leidde tot hevige conflicten tussen gematigden en radicalen binnen de partij. Van tot verloor de partij de helft van haar afgevaardigden en stemmen, en kleinere partijen zoals de volksconservatieven splitsten zich af.

De DNVP haalde tussen zeven en vijftien procent van de stemmen, met uitzondering van de twee rijksdagverkiezingen van toen ze op ruim twintig procent uitkwam.

Na de Eerste Wereldoorlog waren vele rechts-radicale splintergroepen ontstaan. Een daarvan was de Deutsche Arbeiterpartei van januari waarbij zich nog in hetzelfde jaar Adolf Hitler aansloot.

In werd hij de voorzitter van de inmiddels in Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei herdoopte partij. Ze was streng autoritair georganiseerd en leefde vooral van negatieve uitspraken: Hem kwam de economische wereldcrisis van ten goede, en in het bijzonder het feit dat bepaalde conservatieve politici zoals de rijkskanseliers Heinrich Brüning , Kurt von Schleicher en het langst Franz von Papen ernaar streefden de staat een meer autoritair karakter te geven.

Ze dachten dat ze Hitler als marionet voor hun eigen doeleinden konden gebruiken, en daarom werd ook de NSDAP niet verboden.

Binnen enkele maanden vestigde Hitler zijn dictatuur. Op 14 juli trad de wet tegen de oprichting van partijen in werking. Nadat Hitler rijkskanselier was geworden nam het ledenaantal snel toe, zodat er tot een ledenstop kwam.

Nog meer mensen waren geworven via de talrijke andere nationaalsocialistische organisaties zoals de Hitler-Jugend. De partij had geen eigen machtspositie binnen Hitlers dictatuur, maar was wel belangrijk voor de sociale controle.

Sinds de bezetting door de vier grootmachten onder de geallieerden in was het resterende deel van Duitsland in vier bezettingszones verdeeld.

De wederopbouw van partijen gebeurde in het begin op lokaal niveau en binnen een van de afzondelijke zones.

Afgezien van het feit dat de Duitsers de zonegrenzen niet vrij mochten oversteken, moest een partij tot een licentie van de bezettingsmacht hebben.

In verschillende deelstaten en zones kregen soms verschillende partijen een licentie. Organisaties van vluchtelingen waren verboden.

Dit werd en wordt aan de ene kant kritisch gezien, als moreel falen van de partijen. Een relevante politieke invloed in vorm van een infiltratie was er alleen in het geval van de liberale FDP, vooral in de jaren in Noordrijn-Westfalen "Naumann-Kreis".

Daar moest in zelfs de Britse bezetter ingrijpen. Wel gingen de Oostgebieden , die eerder bolwerken van de conservatieven waren geweest, door annexatie verloren.

De Sovjetische bezettingsmacht liet als eerste politieke partijen toe, al in juni Ze hoopte hiermee dat ze aan de partijen in haar zone een voorsprong kon geven tegenover de partijen in andere zones.

Verder was het de bedoeling dat de partijcentrales in centraal Berlijn in de oost-sector van de stad als centrales voor geheel Duitsland erkend zouden worden.

De Sovjetische Militaire Administratie SMAD wilde wel ook met de andere tegenstanders van Hitler samenwerken, volgens Hermann Weber, maar alleen de Duitse communisten gingen akkoord om zonder voorwaarden de politiek van Stalin te volgen.

De SMAD zette de communisten in beslissende posities in de administratie binnen de zone. Zeker vanaf werd de SED volledig door de communisten gedomineerd.

Bij de deelstaatverkiezingen in oktober in de Sovjetzone had de SED nog niet het beslissende succes dat de Sovjet-Unie had verwacht. Allebei waren volledig onder controle van de SED.

Hetzelfde gold voor de zogeheten "massa-organisaties" zoals de vakbonden en de jongerenvereniging die ook in de parlementen vertegenwoordigd waren.

In de westelijke bezettingszones werden de partijen iets later toegelaten dan in de Sovjetzone. De Franse zone volgde hierin als laatste.

Dankzij de samenvoeging van de Britse en de Amerikaanse zone in konden ook de partijen meer op interzonaal niveau samenwerken.

De Duitse Grondwet van mei vermeldt de politieke partijen als invloedhebbenden bij de vorming van politieke opvattingen. De grondwet erkende dat in een moderne staatsvorm de partijen een grote rol spelen, als onderdeel van een langere ontwikkeling.

De westerse sociaaldemocraten, die onder leiding stonden van hun in Hannover wonachtige leider Kurt Schumacher , verzetten zich tegen de incorporatie door de communisten.

De CDU kon zich in bijna alle deelstaten als een brede verzamelbeweging van christenen, conservatieven, nationaal denkenden, maar ook liberalen handhaven.

Sinds bestaat de partij ook officieel op federaal niveau. De overige partijen in de eerste Bondsdag hadden elk minder dan vijf procent bereikt.

Toch konden ze vertegenwoordigers naar Bonn sturen, omdat de kiesdrempel van vijf procent toen alleen per deelstaat gold.

Vanwege hun programma of ten opzichte van de praktijk waren het regionale partijen. In het Noorden was de conservatieve Deutsche Partei actief, die haar wortels in Nedersaksen had maar ook in de deelstaatparlementen van Sleeswijk-Holstein en Bremen vertegenwoordigd was.

De Südschleswigscher Wählerverband vertegenwoordigde de Deense en Friese minderheid. Het Zentrum, dat na de Hitler-dictatuur heropgericht werd, dankte zijn zetels aan stemmen uit Noordrijn-Westfalen.

In Beieren hadden de Wirtschaftliche Aufbauvereinigung en de Bayernpartei , twee conservatieve partijen van de middenstand, de kiesdrempel gehaald.

Sinds de tweede Bondsdagverkiezingen geldt de kiesdrempel voor de gehele Bondsrepubliek. Mede hierdoor nam het aantal partijen in de Bondsdag af omdat afsplitsingen en de oprichting van splinterpartijen werden ontmoedigd.

In werd de plicht afgeschaft om een licentie van een bezettingsmacht te bezitten. Daardoor werd de oprichting van nieuwe partijen makkelijker.

De bevolking van Sleeswijk-Holstein bestond voor de helft uit vluchtelingen, hier bereikte de BHE bij deelstaatverkiezingen 25 procent van de stemmen.

In vroeg de bondsregering voor het eerst om een verbod van een politieke partij, namelijk van de rechts-extremistische Sozialistische Reichspartei en de KPD.

De eerste partij werd nog in hetzelfde jaar verboden, de laatste pas in Het verbod zelf is de beslissing van het Bundesverfassungsgericht sinds Sindsdien werden maar twee andere verzoeken ingediend.

Ofschoon de Union van Konrad Adenauer de helft van de zetels had begon hij een coalitie met alle andere partijen behalve de SPD.

Al in verliet de BHE de regering vanwege haar ontevredenheid met de Duitsland- en Europa-politiek. Een jaar later ging ook het grotere deel van de FDP naar de oppositie.

De rechts-liberale "ministervleugel" die de succesloze Freie Volkspartei oprichtte, bleef toen in de regering. Ook in de deelstaten hadden andere partijen maar zelden succes.

De SPD schoof in met het programma van Bad Godesberg naar het politieke centrum, accepteerde in de binding met het Westen en richtte zich meer en meer ook aan kerkelijken onder de kiezers.

In de jaren kwamen alle drie de mogelijke coalities tot stand. Alle partijen konden dus met elkaar een coalitie aangaan. Samen met de FDP, die normaliter tussen zes en tien procent haalde, kon ruim een christen-liberale coalitie gevormd worden.

De SPD lag meestal enkele procent achter de Union met uitzondering van zodat een "sociaal-liberale coalitie" met de FDP een veel kleinere absolute meerderheid had.

De meest succesvolle partij buiten de Bondsdag was toen de Nationaldemokratische Partei Deutschlands , die vanaf in de meeste deelstaatparlementen zat.

In faalde ze met 4,3 procent bij de Bondsdagverkiezingen en verloor na de volgende deelstaatverkiezingen ook alle zetels in de deelstaten.

In latere jaren kreeg ze concurrentie van andere rechts-radicale partijen. Rond de Bondsdagverkiezingen van ontstond ruzie binnen de Union.

De rechtsere CSU moest in de gehele Bondsrepubliek actief worden om rechtse kiezers te mobiliseren. De CDU zou dan de kiezers in het politieke centrum beter kunnen benaderen.

Tegenstanders van het concept waren bang dat door fricties tussen beide partijen de Union in totaal meer schade dan nut zou ondervinden.

Aan het eind van de jaren lukte het een nieuwe politieke groepering om deelstaatparlementen binnen te komen. Toen verenigde ze nog zowel linkse als ook rechtse aanhangers van de milieubeweging totdat de laatste onder Herbert Gruhl de partij verlieten.

In en haalde ze Bondsdagzetels. Al in maakten de Groenen korte tijd deel uit van de deelstaatregering van Hessen.

De Groenen stonden voor een herbeleving van de anti-partijen-gevoelens en hadden niet alleen ongebruikelijke namen voor partijorganen zoals "spreker" in plaats van "voorzitter".

De vorming van een partijelite moest worden voorkomen om de schwung van een levende beweging niet te verliezen.

Bondsdagleden moesten niet meer verdienen dan arbeiders en maar twee jaar hun mandaat uitoefenen. Topposities werden door twee personen vervuld en ten minste vijftig procent van de leden van een orgaan moesten vrouwen zijn.

Na en na werden vele van deze bepalingen soepeler, en de partij begon zich met haar programma ook buiten het onderwerp milieu te profileren.

Veel aandacht kregen ook de verkiezingssuccessen van Die Republikaner. Dit was een rechtspopulistische tot rechts-radicale partij die in in Beieren werd opgericht.

In januari kwam ze vanuit het niets het parlement van West-Berlijn in met 7,5 procent van de stemmen. In juni haalde ze bij de Europese verkiezingen maar iets minder.

Bij federale verkiezingen en verkiezingen op Europees niveau faalden deze partijen als gevolg van de kiesdrempel.

De sociale en politieke ontevredenheid in de Duitse Democratische Republiek leidde tot een massamigratie en publieke protesten.

Verder werden nieuwe partijen opgericht. Meestal zochten de partijen partners in het Westen en andersom.

Maar vergeleken met het Westen waren de Oost-Duitse kiezers aanzienlijk minder aan partijen gebonden. De verkiezing van de Volkskammer op 18 maart werd gedeeltelijk een referendum over een spoedige hereniging.

Terwijl de CDU en haar partners samen bijna een absolute meerderheid haalden, kwamen de sociaaldemocraten in tegenstelling tot de verwachtingen maar op een kleine 22 procent.

De PDS bereikte met 16,4 procent de derde plaats. Bijzonder slecht brachten de bewegingen voor burgerrechten die de DDR een eigen, nieuwe weg in wilden zien slaan het er vanaf.

De CSU moest bang zijn dat ze in een groter Duitsland minder invloed zou hebben. Bij Bondsdagverkiezingen was haar Beierse aanhang goed voor ongeveer tien procent, na de hereniging maar voor ongeveer zeven.

Dat was deels het gevolg van negatieve gevoelens die men daar koesterde ten aanzien van de hoofdstad Berlijn, die in het SED-tijdperk door de machthebbenden werd gesteund, wat ten koste ging van de overige delen van de DDR.

Verder werd de Alliantie gekozen door degenen die religieuze bindingen hadden en die in de DDR politiek benadeeld werden. De liberalen noemden zich voor de Volkskammer-verkiezing samen Bund Freier Bürger.

Niet alle westerse sociaaldemocraten waren even enthousiast over de gedachte van een Duitse hereniging. Dit wordt gezien als een belangrijke reden voor de problemen van de SPD bij de verkiezingen in Lafontaine was in december binnen zijn eigen partij de enige niet onomstreden kanselierskandidaat.

De West-Groenen waren wat de hereniging betreft nog veel terughoudender dan de sociaaldemocraten. Toen de Bondsdag op 9 november van de val van de Berlijnse Muur hoorde en de afgevaardigden opstonden en het volkslied zongen, bleven de meeste Groenen zitten.

Als enige partij keurden de Groenen verder het tien-punten-programma van kanselier Kohl voor een weg naar de hereniging af.

Weliswaar leidde de scheiding ertoe dat de West-Groenen op het nippertje aan de kiesdrempel struikelden en alleen het Oost-Duitse Bündnis 90 samen met acht Oost-Groenen de eerste Bondsdag voor geheel Duitsland in kwam.

De Duitse hereniging zelf heeft het partijenstelsel van de Bondsrepubliek nauwelijks veranderd. Ook hun voorsprong bij de kiezers in het Oosten zijn deze partijen gauw weer kwijt geraakt.

Wel werd het spectrum van relevante partijen breder dankzij de PDS. In geloofde partijenexpert Peter Lösche nog dat ze spoedig zou verdwijnen, omdat ze in het Westen geen echo vond.

Beide partijen zijn sinds verenigd in de partij Die Linke. De Groenen met haar alternatief-linksburgerlijke aanhang blijven in het Oosten wel zwak.

De traditionele coalitie in Duitsland wordt gevormd door een grote en een kleine partij. Dit is door het sterker worden van de drie kleine partijen moeilijker geworden.

Coalities van een grote en twee kleine partijen werden uitgesloten: Zowel in de SPD als ook bij de Groenen is het omstreden of een coalitie met Die Linke in politiek en moreel opzicht mogelijk is.

Tot nu toe zijn coalities met Die Linke alleen in enkele Oost-Duitse deelstaten inclusief de deelstaat Berlijn tot stand gekomen, ondanks twee serieuze pogingen in het Westen Hessen, Saarland.

In de deelstaten en gemeenten kunnen de verhoudingen sterk van de ontwikkelingen op federaal niveau afwijken. Voortdurend succes hebben in vele gemeenten de Vrije Kiezers Freie Wähler , vaak ook "onafhankelijken" genoemd.

In Beieren is het hun in zelfs gelukt de sprong naar het Beierse parlement te maken. In Sleeswijk-Holstein zit de Südschleswigscher Wählerverband in het parlement, omdat deze minderhedenpartij de kiesdrempel niet moet halen.

Sinds een aantal jaren verliezen de partijen leden. Dit geldt in het bijzonder voor de SPD. De partij, die in een miljoen leden telde, heeft sinds minder leden dan de CDU zonder CSU , iets meer dan Vele partijen lijden onder vergrijzing.

Niet alleen dat minder mensen lid van een partij worden, ook de stemopkomst gaat omlaag. Volgens de politicoloog Oskar Niedermeyer zijn de traditionele milieus van de grote partijen dermate sterk gekrompen dat de partijen ook nog andere maatschappelijke groepen moeten rekruteren.

De groep mensen die op een bepaalde partij stemmen wordt heterogener en moet steeds opnieuw gemobiliseerd worden.

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie. Bürgerwelt und starker Staat. Entwicklung der politischen Parteien und Parteiendemokratie in Deutschland bis zum Jahre Parteiendemokratie in Deutschland , Bonn , p.

Geschichte der deutschen Arbeiterbewegung. München, , p. München , p. Kleine Geschichte der deutschen Parteien , Kohlhammer: Machtstaat vor der Demokratie.

Die Geschichte der ersten deutschen Demokratie. Kommunistische Bewegung und realsozialistischer Staat. Beiträge zum deutschen und internationalen Kommunismus, uitgegeven door Werner Müller.

Beiträge zum deutschen und internationalen Kommunismus , uitgegeven door Werner Müller. Its members were for the most part national liberals.

Casino was a faction of moderate left-wingers or liberals, [1] [2] or right-centrists. With approximately members, it was the largest faction.

They also had a decisive influence on the work of the parliament, especially the Frankfurt Constitution that it produced. The majority of the Casino members joined with the Westendhall faction to form the coalition of Erbkaiserliche hereditary imperialists that met in the concert hall of the Gasthof zum Weidenbusch and pushed through the specification of constitutional monarchy as the preferred political form of the sought-after national state.

In September , the Landsberg faction split off from Casino; [13] its members advocated a more prominent role for the national assembly.

Jacob Grimm was nominally a member of the Casino faction, but after the September 5, , vote spearheaded by Dahlmann rescinding the Malmö ceasefire between Prussia and Denmark, took a leave of absence and then resigned as a deputy.

Unlike most of the factions, the Casino's meeting place was not an inn or cafe, but a self-improvement and networking club.

From Wikipedia, the free encyclopedia. Jahrhundert," in Deutscher Konservatismus im Festschrift für Fritz Fischer zum Geburtstag und zum

fraktion casino -

Weitere Inhalte bis Eine organisatorische Verbindung mit den Arbeitervereinen wurde vom Kongress abgelehnt. In September , the Landsberg faction split off from Casino; [13] its members advocated a more prominent role for the national assembly. Michael Salewski, Ranke-Gesellschaft, Göttingen: Sie verabschiedete ein Programm mit dem Bekenntnis zur Volkssouveränität und parlamentarischen Monarchie. Ansonsten konnte man mit Genehmigung des Vorstands Gäste einladen. With approximately members, it was the largest faction. Fraktionen der Nationalversammlung in der Paulskirche. Die verschiedenen Dachorganisationen der deutschen Arbeitervereine nahmen in der zweiten Hälfte des Die Rechten wollten die Aufgabe der Nationalversammlung auf die Ausarbeitung der Verfassung beschränken und die Konstitution auf eine Vereinbarung mit den Fürsten stützen. In September , the Landsberg faction split off from Casino; [13] its members advocated a more prominent role for the national assembly. Donnersberg Fraktion — Donnersberg war die Bezeichnung einer seit dem Arbeitsverbote vertieften die Kluft zwischen der jüdischen und der christlichen Bevölkerung. Da den meisten Abgeordneten die parlamentarische und politische Erfahrung fehlte, blockierten dutzende von Wortmeldungen und eine Flut von Anträgen die Beratungen. Ansichten Lesen Bearbeiten Quelltext bearbeiten Versionsgeschichte. Die Berichterstatter der Zeitungen setzte man zwischen die Säulen, die Zuhörer auf die ungeheure Emporkirche, welche auf der Säulenreihe ruht. Horne and Augustus R. Jahrhundert," in Deutscher Konservatismus im December —März volume 1, Braunschweig: Da den meisten Abgeordneten die parlamentarische und politische Erfahrung fehlte, blockierten dutzende von Wortmeldungen und eine Flut von Anträgen die Beratungen. Burschenschaften sind ein Typus von Studentenverbindung, der in Deutschland zu Beginn des Arbeiterbildungsverein Die Arbeiterbildungsvereine wurden um als Selbsthilfeorganisationen der stetig wachsenden Klasse von Arbeitern und Handwerkern in Deutschland gegründet. Es ist erstaunlich, wie schnell man sich zurecht fand im Umgang mit den parteitypischen Regeln. Diese erzwang Abspaltungen, wenn sich Mitglieder nicht fügen wollten. Er verlangte eine konstitutionelle Monarchie ascot pferderennen demokratischer Grundlage und wählte sich für die Organisation einen Vorort, der alle halbe Jahre wechseln musste. Trotz des Protestes des österreichischen Premierministers gegen die kleindeutsche Lösung spintastic promo code man sich für diese.

Casino Fraktion Video

womanspiritrising.nuer Casino games download bonus Beste Spielothek in Oberpleichfeld finden development. Rond deed de ecologisch-alternatieve partij Die Grünen haar intrede in het politieke bestel. Vanaf namen Zentrum -leden, links-liberalen en vanaf sociaaldemocraten fußball spielerberater suchen aan de rijksregering. Stembusakkoorden verloren hun betekenis, hippodrome casino bij de verkiezingen voor de Rijkspresident. Stemmen mochten in principe alle mannen vanaf 25 888 casino 8 euro gratis, de stemopkomst was behalve aan het begin van het Keizerrijk zeer hoog. Bondsdagleden moesten niet meer Beste Spielothek in Thalheim finden dan arbeiders en maar twee jaar hun mandaat uitoefenen. Juni bestehenden politischen Fraktion in der Frankfurter Nationalversammlung. Zeker vanwege de moeilijke binnen- en buitenlandse situatie van Duitsland vonden de partijen het lastig om Horror met een parlementaire meerderheid te vormen en verantwoordelijkheid over te nemen. Informatie Gebruikersportaal Snelcursus Hulp en contact Donaties. Parlementen in de moderne zin van het woord kennen de meeste landen van de wereld pas sinds de 19e eeuw. Beste Spielothek in Rabertshausen finden waren toen 16 leden van het opperste partijorgaan, waarvan er in nog maar twee hun ambt uitoefenden, Dreamleague dota Thälmann en de in in de Sovjet-Unie terechtgestelde Hermann Remmele. Coalities van een grote en twee kleine partijen werden uitgesloten: Partij zijn betekende tot de jaren vooral ondersteuning geven aan een parlementaire groep.

Casino fraktion -

Die Rechten wollten die Aufgabe der Nationalversammlung auf die Ausarbeitung der Verfassung beschränken und die Konstitution auf eine Vereinbarung mit den Fürsten stützen. Struggle for reform and unity, — , ed. In September , the Landsberg faction split off from Casino; [13] its members advocated a more prominent role for the national assembly. Abgeordnete der Frankfurter Nationalversammlung Originaldokument in dem die Grundrechte verabschiedet wurden politische Debatten in der Paulskirche Die Frankfurter Paulskirche. This page was last edited on 31 May , at Jahrhundert," in Deutscher Konservatismus im Landsberg Fraktion — Landsberg war die Bezeichnung einer seit September bestehenden politischen Fraktion in der Frankfurter Nationalversammlung. Juli bildete sich in Nauen Brandenburg der Verein für König und Vaterlandder für die Rechte des Königs und die aller Volksklassen sowie gegen die Republik und Volkssouveränität kämpfen wollte. Die meisten der Ausgetretenen schloss sich der Erhebung in Baden und in der Pfalz an. In einer Erklärung singapur casino Kongresses fand sich dann aber dennoch das Ziel einer Beste Spielothek in Thalheim finden Republik. Donnersberg Fraktion — Donnersberg war die Bezeichnung einer freesupertips dem Obwohl sie immer wieder verboten wurden, blieben die Arbeitervereine bis ins Nach dem Scheitern der Reichsverfassung erreichte die revolutionäre Freiheitsbewegung in Sachsen, im Rheinland, der Pfalz und in Baden einen letzten Höhepunkt. September in Frankfurt an snooker finale heute Oder Teilnehmer, zehn Vereine vertretend. Dann gab er aber doch der Kritik seiner hochkonservativen Freunde nach, denen selbst die Union zu weit ging. Der erste Fraktionsvorstand bestand royal ace casino bonus codes 2019 Schoder, Reh und H. Ein Programm vom

0 Replies to “Casino fraktion”

Hinterlasse eine Antwort

Deine E-Mail-Adresse wird nicht veröffentlicht. Erforderliche Felder sind markiert *